Werkwoordspelling

De onderstaande oefeningen geven je de mogelijkheid om te oefenen met werkwoordspelling. Na elke oefening klik je op nakijken en je ziet gelijk of je de oefening goed gemaakt hebt. Veel plezier met oefenen.

tegenwoordige tijd oefening 1
tegenwoordige tijd oefening 2
tegenwoordige tijd oefening 3
tegenwoordige tijd oefening 4
tegenwoordige tijd oefening 5
tegenwoordige tijd oefening 6
tegenwoordige tijd oefening 7
tegenwoordige tijd oefening 8
tegenwoordige tijd oefening 9
tegenwoordige tijd oefening 10
tegenwoordige tijd oefening 11
tegenwoordige tijd oefening 12
tegenwoordige tijd oefening 13
tegenwoordige tijd oefening 14
tegenwoordige tijd oefening 15
tegenwoordige tijd oefening 16
tegenwoordige tijd oefening 17
tegenwoordige tijd oefening 18
tegenwoordige tijd oefening 19
tegenwoordige tijd oefening 20
tegenwoordige tijd oefening 21

verleden tijd oefening 1
verleden tijd oefening 2
verleden tijd oefening 3
verleden tijd oefening 4
verleden tijd oefening 5
verleden tijd oefening 6
verleden tijd oefening 7
verleden tijd oefening 8
verleden tijd oefening 9
verleden tijd oefening 10
verleden tijd oefening 11
verleden tijd oefening 12
verleden tijd oefening 13
verleden tijd oefening 14
verleden tijd oefening 15
verleden tijd oefening 16
verleden tijd oefening 17
verleden tijd oefening 18
verleden tijd oefening 19
verleden tijd oefening 20
verleden tijd oefening 21
verleden tijd oefening 22
verleden tijd oefening 23
verleden tijd oefening 24
verleden tijd oefening 25


voltooid deelwoord oefening 1
voltooid deelwoord oefening 2
voltooid deelwoord oefening 3
voltooid deelwoord oefening 4
voltooid deelwoord oefening 5
voltooid deelwoord oefening 6
voltooid deelwoord oefening 7
voltooid deelwoord oefening 8
voltooid deelwoord oefening 9
voltooid deelwoord oefening 10
voltooid deelwoord oefening 11
voltooid deelwoord oefening 12
voltooid deelwoord oefening 13

voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord oefening 1
voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord oefening 2
voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord oefening 3
voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord oefening 4
voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord oefening 5
voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord oefening 6

voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord oefening 7

voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord oefening 8


werkwoordspelling alles door elkaar oefening 1
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 2
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 3
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 4
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 5
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 6
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 7
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 8
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 9
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 10
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 11
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 12
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 13
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 14
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 15
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 16
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 17
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 18
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 19
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 20
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 21
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 22
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 23
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 24
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 25
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 26
werkwoordspelling alles door elkaar oefening 27

vervoegen werkwoorden oefening 1

vervoegen werkwoorden oefening 2
vervoegen werkwoorden oefening 3
vervoegen werkwoorden oefening 4
vervoegen werkwoorden oefening 5
vervoegen werkwoorden oefening 6

sterke werkwoorden vervoegen oefening 1
sterke werkwoorden vervoegen oefening 2
sterke werkwoorden vervoegen oefening 3
sterke werkwoorden vervoegen oefening 4